Samenwerken aan toegankelijke geestelijke gezondheidszorg: “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder” 

 

Liever luisteren naar Fer’s impact? Klik op de podcast aflevering hieronder.

 

Terwijl de wachttijden in de GGZ oplopen, groeit de vraag naar zorg en zoeken professionals naar manieren om deze toegankelijk en efficiënt te houden. Wij gaan het gesprek aan met Fer Dreessen, directeur van Zuyderland GGZ. Hieruit blijkt dat er meer aandacht besteed moet worden aan de sociale context van de cliënt, in plaats van alleen aan het vergroten van het zorgaanbod.

 

Het belang van een sterke omgeving

Dreessen begint met een persoonlijke reflectie. In moeilijke periodes kon hij terugvallen op mensen in zijn directe omgeving, zoals zijn schoonzus. “Ik denk dat dat ook wel heel veel gescheeld heeft. En dat zou ik ook heel veel mensen gunnen. Het is natuurlijk het beste als je een aantal mensen hebt waarbij je terecht kunt met levensvragen. Iedereen heeft namelijk bepaalde momenten in het leven waar die zaken moeilijk vindt.” Die steun hielp hem om weer op adem te komen. Volgens hem ligt daar een belangrijke les: niet elke hulpvraag hoeft direct in de professionele zorg terecht te komen. Volgens hem kunnen zelfhulp en informele steun veel betekenen, al erkent hij dat dit niet voor iedereen voldoende is.

Van wachttijden naar een andere aanpak

Hij beweert dat de kern van de uitdaging in de GGZ niet alleen in de wachttijden zit, maar ook in de manier waarop zorg is ingericht. “Het komt nu ook weleens voor dat iemand dan op een bepaalde wachtlijst staat en uiteindelijk blijkt dat een bepaalde behandeling niet de juiste behandeling is. Dan heeft diegene al die maanden voor niets gewacht. En soms is ook de vraag: wat gebeurt er in die tijd? Want als je zes maanden op de wachtlijst staat, terwijl de problematiek wel behoorlijk ernstig is, dan is er ook geen hulp.” 

De oplossing ligt volgens hem in een nieuwe aanpak aan de voorkant van het proces. In Zuid-Limburg wordt gewerkt met een instroommodel, waarin betere kennis bij huisartsen en praktijkondersteuners, multidisciplinair overleg bij complexe casussen en verkennende gesprekken voordat iemand op een wachtlijst komt centraal staan. 

Deze verkennende gesprekken zijn cruciaal, omdat er niet alleen gefocust wordt op de diagnose, maar op de hele sociale en financiële situatie van een persoon. “Aan de hand van zo’n verkenningsgesprek kun je wel een goede inschatting maken van wat iemand nodig heeft,” aldus Dreessen.

‘Aan de hand van zo’n verkenningsgesprek kun je wel een goede inschatting maken van wat iemand nodig heeft.’

Samenwerking als sleutel

Voor dit instroommodel is er met zestien verschillende partijen samengewerkt: GGZ-instellingen, huisartsen, het sociaal domein en andere zorgverleners. Iets wat volgens de directeur cruciaal is. “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder.” Samenwerking betekent luisteren, doorvragen en soms lastige gesprekken voeren. Niet alleen op papier, maar juist in de praktijk.

Botsing binnen het huidige systeem

De praktijk loopt nog wel tegen systeemgrenzen aan. Vooral de financiering sluit volgens Dreessen nog onvoldoende aan op deze nieuwe manier van werken. Deze zou volgens hem veel meer gericht moeten zijn op toewerken naar herstel en de maatschappij, in plaats van op de aandoening. “Ik weet niet of marktwerking daar de oplossing voor is,” zegt hij. Betaald worden door een verzekeraar voor hoeveel burgers teruggebracht worden naar de maatschappij zou volgens hem een optie kunnen zijn. 

In de toekomst ziet Dreessen een GGZ die kleiner, maar specialistischer wordt. Niet iedereen hoeft in de gespecialiseerde zorg terecht te komen. Juist door eerder en breder te kijken, kan de juiste hulp op de juiste plek worden geboden. “We kijken nu met meerdere brillen naar een cliënt en bepalen samen wat het beste is.” Tegelijkertijd is het volgens hem belangrijk om te leren en fouten te maken.“We hoeven niet meteen een tien te scoren. De belangrijkste dingen moeten geregeld zijn, maar er moet ook tijd zijn om door te ontwikkelen en te leren.” 

Dreessen verwacht dat het instroommodel over een jaar al geïmplementeerd is, er geoefend is met de verkenningsgesprekken en er sprake is van een goede samenwerking.

‘Er moet ook tijd zijn om te ontwikkelen en te leren.’

Vorige
Vorige

De rol van de GGD binnen de GGZ: “Verder kijken dan alleen de behandeling”

Volgende
Volgende

Wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg: 'We moeten leren om op tijd te stoppen met behandelen.’