De rol van de GGD binnen de GGZ: “Verder kijken dan alleen de behandeling”
Hoe worden we een mentaal weerbare maatschappij? Terwijl de druk op de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) toe blijft nemen, is Fons Bovens, directeur van de GGD in Zuid-Limburg, ervan overtuigd dat de sleutel tot verbetering buiten de zorg zelf ligt.
Brede blik op gezondheid
“Wij zijn geen GGZ-specialist,” begint Bovens. “Maar we kijken wel naar gezondheid in de breedste zin.” Die brede blik is kenmerkend voor de GGD. Van jeugdgezondheidszorg tot bemoeizorg voor mensen die hulp mijden: de organisatie is op meerdere fronten actief.Juist die breedte is nodig, benadrukt hij. “Als je de gezondheid van een regio wilt verbeteren, moet je verder kijken dan alleen behandeling. Dan gaat het ook over leefstijl, omgeving en sociale omstandigheden.”
De ‘Limburg-factor’
Volgens hem ligt er nog veel winst in preventie. Niet alleen om wachttijden te verkorten, maar vooral om te voorkomen dat mensen überhaupt in de GGZ terechtkomen. “In Zuid-Limburg zien we dat gezondheidsproblemen vaak samenhangen met factoren als armoede, werkloosheid en sociale isolatie. Wij kleuren ten opzichte van de rest van Nederland rood, soms donkerrood.”
Bovens verwijst naar de zogenoemde “Limburg-factor”: een combinatie van sociaaleconomische achterstand, leefstijl en historische ontwikkelingen, zoals de sluiting van de mijnen. In 1955 stond zeven gemeenten vanuit Zuid-Limburg in de top twintig van de Nederlandse gemeenten. Volgens hem werd er toen goed verdiend, maar had dat ook een negatief effect op de gezondheid. “Er was sprake van welvaartsziekten; er werd veel vlees en suikerrijk eten gegeten, alcohol gedronken en gerookt.”
Integrale aanpak
Een van de belangrijkste risicofactoren was volgens de directeur inactiviteit: “Het moment dat de industrie wegviel, belandden mensen gewoon thuis op de bank. Die veranderingen hebben geleid tot minder beweging, andere leefpatronen en soms ook minder zelfredzaamheid. Een integrale aanpak is volgens Bovens dus broodnodig. “Als we dit ergens willen doorbreken, moeten we bij de jeugd beginnen.” Als concrete interventie ziet Bovens voor ogen dat scholen voor een gezonde lunch zorgen en de kinderen tussen de middag op school blijven.
Naar een mentaal weerbare samenleving
Bovens pleit voor een verandering die lokaal in de wijken plaatsvindt. “We moeten bouwen met een gezonde, nieuwe generatie. Als je kijkt naar die generatie en je wilt het daarvoor beter doen, dan wil je hetzelfde voor elke generatie. Dan wil je ook zorgen dat de speeltuinen er zijn, dat de omgeving mooi en schoon is en dat het veilig is in de buurt.”