Van marktwerking naar samenwerking: een gesprek met Wiro Gruisen (CZ) 

 

Liever luisteren naar Wiro’s impact? Klik op de podcast aflevering hieronder.

 

Wat als de oplossing voor de druk op de zorg niet ligt in meer zorgaanbod, maar in anders samenwerken? In Zuid-Limburg wordt geëxperimenteerd met een nieuwe aanpak waarin zorgverzekeraars, gemeenten en zorgverleners nauw samenwerken. In gesprek met Wiro Gruisen, manager regioregie van CZ, wordt duidelijk waarom die samenwerking essentieel is, maar ook ingewikkeld blijft. 

Zorg wordt in Nederland traditioneel georganiseerd via gereguleerde marktwerking. Gruisen vindt dat die manier echter steeds vaker tekortschiet bij complexe maatschappelijke vraagstukken. “Mijn rol is om met partijen, die je nodig hebt om de zorg toekomstbestendig te maken, om de tafel te gaan. Dat zijn we namelijk niet gewend van elkaar. Hoe doen we dat nou gezamenlijk in plaats van dat we tegenover elkaar staan?” vraagt hij zich af. 

Regionale verschillen vragen om maatwerk

De zorgvraag verschilt sterk per regio en Zuid-Limburg vormt daarin een opvallend voorbeeld. Ondanks correcties voor factoren zoals leeftijd en sociaaleconomische status, ligt het zorggebruik hier hoger dan gemiddeld. 

“Het viel ons op dat onze geneesmiddelenkosten, vergeleken met de rest van het land, erg hoog waren. Wij verstrekten veel meer cholesterolverlagers. Het was eigenlijk een combinatie van hoger gebruik, maar ook hogere tarieven. We zagen dus dat onnodig duurdere cholesterolverlagers werden voorgeschreven dan noodzakelijk was”, vertelt Gruisen. Als eerste experiment zat CZ om de tafel met alle betrokken partijen om het voorschrijfgedrag van voorschrijvers, huisartsen en specialisten en het aflevergedrag van apothekers te veranderen. “Voor een goede, samenhangende regionale samenwerking heb je geduld nodig.” 

Aangeleerde hulpeloosheid en nieuw instroommodel 

Waarom Zuid-Limburg met extra zorgvraag kampt heeft volgens Gruijsen meerdere oorzaken, waaronder een lagere zelfredzaamheid en een slechtere gezondheid van de bevolking. Hij verwijst naar wat in onderzoek van de GGD en de Universiteit Maastricht (UM) wordt  aangeduid als ‘aangeleerde hulpeloosheid’: mensen doen relatief snel een beroep op zorg, en zorgverleners gaan daar ook sneller in mee. Volgens hem vraagt dit niet om één landelijke aanpak, maar om oplossingen die aansluiten bij de regionale problematiek. Het doel is om niet alleen de zorg beter te organiseren, maar ook de onderliggende problemen aan te pakken, zoals armoede, eenzaamheid en een ongezonde leefstijl. Toch is samenwerken volgens Gruisen allesbehalve eenvoudig: “Het wordt vaak onderschat hoe complex dit is.” 

Een belangrijk uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat niet elke hulpvraag direct thuishoort in de formele zorg. Zeker binnen de GGZ is de instroom sterk gegroeid, terwijl een deel van de problematiek buiten het zorgdomein ligt. Voorbeelden daarvan zijn schulden, huisvesting of sociale problemen. In zulke gevallen is zorg niet altijd de juiste eerste stap. Bij het nieuwe instroommodel wordt eerder en breder gekeken naar wat iemand écht nodig heeft. 

Preventie begint niet alleen bij de burger

Hoewel vaak wordt gezegd dat preventie bij de burger begint, nuanceert Gruisen dat beeld. “Misschien begint het nog wel eerder,” stelt hij. “Bij de randvoorwaarden die we als samenleving creëren.” Volgens hem heeft preventie weinig effect als mensen geen gezonde leefomgeving, bestaanszekerheid en sociale veiligheid hebben om gezonde keuzes te maken. 

Het huidige financieringssysteem belemmert deze nieuwe aanpak, omdat investeringen in het ene domein vaak besparingen opleveren in het andere domein. Gruisen pleit daarom voor experimenten op een kleinere schaal, om aan te tonen dat een andere aanpak werkt en om landelijke veranderingen te stimuleren. 

Verplaatsing van zorg vanuit ziekenhuis naar huisarts 

“We stoeien al heel lang met substitutie: het verplaatsen van zorg vanuit het ziekenhuis naar de huisarts. We weten namelijk dat veel van de zorg die in het ziekenhuis wordt verleend, net zo goed door een huisarts kan worden verleend. Dat zal dan bij het ziekenhuis enige verlichting opleveren.” 

CZ experimenteerde hier eerder mee en hoewel dit op individueel niveau succesvol leidde tot betere kwaliteit en lagere kosten, leidde het niet direct tot lagere totale zorgkosten. “Dit soort trajecten zijn complexer dan je denkt,” zegt Gruisen. “Dat moeten we niet onderschatten.”

Toekomstvisie 

Als Gruisen vooruitkijkt naar de toekomst, ziet hij een zorglandschap dat in de basis anders is ingericht. Geen losse organisaties meer, maar een netwerk van samenwerkende partijen, verbonden door een gedeeld beeld van wat nodig is in de regio.

In dat netwerk spelen ook andere domeinen een rol, zoals wonen, onderwijs en veiligheid. Samen dragen zij bij aan wat tegenwoordig ‘brede welvaart’ wordt genoemd. “De wachtlijsten blijven bestaan, maar mogen nooit zo lang zijn dat mensen de zorg die ze nodig hebben niet krijgen.”




 
 
 
Vorige
Vorige

De rol van de GGD binnen de GGZ: “Verder kijken dan alleen de behandeling” 

Volgende
Volgende

Wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg: 'We moeten leren om op tijd te stoppen met behandelen.’